Instructieboekje, auto handleidingen

Als uw auto in geval van nood tot stilstand moet worden gebracht

Lexus IS 300h (XE30) - Instructieboekje (2016-2020) / Bij problemen / Belangrijke informatie / Als uw auto in geval van nood tot stilstand moet worden gebracht

Breng de auto alleen in noodgevallen, bijvoorbeeld wanneer de auto niet op de normale manier stilgezet kan worden, als volgt tot stilstand:

1. Trap het rempedaal met beide voeten stevig en diep in.

Trap het rempedaal niet pompend in, omdat er dan meer kracht nodig is om de auto af te remmen.

2. Zet de selectiehendel in stand N.

Als de selectiehendel in stand N is gezet

3. Zet na het afremmen de auto stil op een veilige plaats langs de weg.

4. Schakel het hybridesysteem uit.

Als de selectiehendel niet in stand N kan worden gezet

3. Blijf het rempedaal met beide voeten intrappen om de rijsnelheid van de auto zo veel mogelijk af te remmen.

4. Om het hybridesysteem uit te schakelen, houdt u de startknop langer dan 2 seconden ingedrukt of drukt u deze driemaal of vaker kort na elkaar in.

Belangrijke informatie

5. Breng de auto op een veilige plaats langs de weg tot stilstand.

WAARSCHUWING

■ Als het hybridesysteem tijdens het rijden uitgeschakeld moet worden De stuurbekrachtiging zal niet meer werken, waardoor het verdraaien van het stuurwiel zwaarder gaat. Minder zo veel mogelijk vaart voordat u het hybridesysteem uitschakelt.

    LESEN SIE MEHR:

     Lexus IS 300h (XE30) - Instructieboekje (2016-2020) > Alarmknipperlichten

    De alarmknipperlichten worden gebruikt om andere bestuurders te waarschuwen wanneer de auto tot stilstand moet worden gebracht, bijvoorbeeld bij pech. Druk op de schakelaar.

     Lexus IS 300h (XE30) - Instructieboekje (2016-2020) > Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen

     KIA Optima (JF) - Instructieboekje (2015-2020) > De Smart Trunk (intelligente achterklep) functie gebruiken

    De achterklep kan zonder aanraken worden geopend bij voldoening aan alle onderstaande voorwaarden. 15 seconden nadat alle portieren zijn gesloten en vergrendeld. De gebruiker bevindt zich gedurende meer dan 3 seconden in de detectiezone. OPMERKING De Smart Trunk functie werkt niet in de volgende situaties: De Smart Key wordt continu gesignaleerd binnen 15 seconden nadat de portieren zijn gesloten en vergrendeld. De Smart Key wordt gesignaleerd op minder dan 1,5 m van de voorportiergrepen en binnen 15 seconden nadat de portieren zijn gesloten en vergrendeld (auto's die zijn voorzien van welkomstlicht). Een van de portieren is niet vergrendeld of gesloten. De Smart Key bevindt zich in de auto. Instelling Ga, om de Smart Trunk te activeren, naar de modus "User Settings" (gebruikersinstellingen ) en selecteer "Smart Trunk" op het LCD display.