WAARSCHUWING
Parkeer uw auto dusdanig dat u, noch het verkeer hinder ondervindt of gevaar loopt.Parkeer uw auto zodat u de verkeersstroom niet hindert en uzelf niet in gevaar brengt en plaats een waarschuwingsdriehoek.
Zorg dat uw auto op een stevige en vlakke ondergrond staat, met de voorwielen recht vooruit gericht.Schakel het contact uit en schakel de parkeerrem in.
Schakel in eerste versnelling of achteruitversnelling als uw auto is uitgerust met een handgeschakelde transmissie. Als uw auto een automatische transmissie heeft, zet u deze in de parkeerstand (P).Zorg dat er geen passagiers meer in uw auto zitten.
Blokkeer het diagonaal tegenoverliggende wiel met een geschikt blok hout of een wielkeg.Zorg dat de pijlen op banden voor één draairichting in de juiste draairichting wijzen wanneer de auto voorwaarts rijdt. Als u een reservewiel moet plaatsen met de pijlen in de omgekeerde richting, dan moet u de band zo snel mogelijk opnieuw laten plaatsen.
WAARSCHUWING
Niemand mag enig deel van het lichaam onder een auto plaatsen die door een krik wordt ondersteund.Zorg dat de krik verticaal staat op het krikpunt en dat de basis plat op de grond staat.
N.B.: Leg lichtmetalen velgen niet op de grond, hierdoor wordt te lak beschadigd.N.B.: Het reservewiel bevindt zich onder de vloerbedekking in de bagageruimte.