Uitschakelen

U kunt deze functie op elk willekeurig moment
uitschakelen door de schakelaar "ECO OFF" in
te drukken.
Het verklikkerlampje in de schakelaar gaat
branden en er verschijnt een melding op het
display.
Als het systeem in de STOP-stand
wordt uitgeschakeld, dan wordt de
motor direct weer gestart.
Inschakelen
Druk nogmaals op de schakelaar "ECO OFF".
Het systeem is dan weer ingeschakeld; het
verklikkerlampje in de schakelaar gaat uit en er
wordt een melding op het display weergegeven.
Het systeem wordt automatisch
ingeschakeld zodra u het contact
opnieuw aanzet.
Storingen

Bij een storing in het systeem gaat het
verklikkerlampje in de schakelaar "ECO OFF"
knipperen en vervolgens constant branden.
Laat het systeem controleren door
het PEUGEOT-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Als er in de STOP-stand een storing zou
optreden, kan het zijn dat de motor niet
meer wil aanslaan of direct afslaat: alle
verklikkerlampjes branden. Zet in dat geval het
contact af en start de auto dan met behulp van
de sleutel.
LESEN SIE MEHR:
Overgang naar de STOP-stand
Het verklikkerlampje "ECO" op het
instrumentenpaneel gaat branden en de
motor wordt in de STOP-stand gezet:
auto met een handgeschakelde
versnellingsbak: als u bij een snelheid
lager dan 20 km/h (of bij stilstaande
auto in het geval van een auto met een
e-THP 165-motor) de versnellingshendel
in de neutraalstand zet en het
koppelingspedaal loslaat,
auto met een automatische transmissie:
als u bij stilstaande auto het rempedaal
intrapt of de selectiehendel in de stand N
zet.
Dit systeem houdt bij het wegrijden op een
helling uw auto ongeveer 2 seconden op
zijn plaats. In die tijd kunt u uw voet van het
rempedaal naar het gaspedaal verplaatsen.
Deze functie is alleen actief:
als de auto volledig stilstaat met het
rempedaal ingedrukt,
als aan bepaalde hellingcondities wordt
voldaan,
als het bestuurdersportier is gesloten.
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht als er kinderen in de
auto
aanwezig zijn.
Gebruik een passend baby- of kinderzitje tot het kind groot genoeg is om de
veiligheidsgordel van de auto op de juiste wijze te dragen.
U wordt aangeraden om kinderen op de achterstoelen te vervoeren
om te
voorkomen dat ze per ongeluk tegen onderdelen aankomen, zoals de
selectiehendel,
de ruitenwisserschakelaar, enz.
Gebruik het kinderslot van het achterportier of de
blokkeerschakelaar van de
ruitbediening om te voorkomen dat kinderen het portier openen
tijdens het
rijden of per ongeluk de elektrisch bedienbare ruit bedienen.
Laat kleine kinderen geen onderdelen bedienen waarbij
lichaamsdelen vast
kunnen komen te zitten of bekneld kunnen raken, zoals de elektrisch
bedienbare
ruiten, de motorkap, de klep van de bagageruimte, de stoelen
enzovoort.
WAARSCHUWING
Laat kinderen nooit alleen in de auto achter en laat ze nooit
met de sleutel spelen.