Verlichting vóór

Uitvoering met halogeenlampen
- Grootlicht (H1).
- Dimlicht (H7).
- Dagrijverlichting/parkeerlichten (led )*.
- Richtingaanwijzers (HY21).
- Mistlampen/bochtverlichting (H11).
Let er bij het monteren van onder andere
H7-lampen met nokjes op dat deze
nokjes goed in de uitsparingen komen,
zodat het licht in de juiste richting schijnt.
* Led: light-emitting diode.

Uitvoering met meedraaiende
xenonlampen
- Dagrijverlichting/parkeerlicht en (led ).
- Meedraaiend dim-/grootlicht (D1S).
- Richtingaanwijzers (led ).
- Mistlampen/bochtverlichting (led ).
Verlichting met leds
(light-emitting diodes)
Neem voor het vervangen van dit type lampen
contact op met het CITROËN-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Het CITROËN-netwerk biedt vervangingssets
aan voor leds (light-emitting diodes).
ElektrocutiegevaarHet vervangen van een xenonlamp (D1S)
moet
worden uitgevoerd door het CITROËN-netwerk
of door een gekwalificeerde werkplaats.
Onder bepaalde weersomstandigheden
(lage temperatuur, vochtigheid) kan zich
een laagje condens aan de binnenzijde
van de koplampen en de achterlichten
vormen; dit verdwijnt enkele minuten na
het ontsteken van de koplampen.
De koplampunits zijn voorzien van glas
van polycarbonaat met een speciale
vernislaag:
- reinig de koplampen nooit met
een droge of schurende doek en
gebruik geen oplosmiddelen,
- gebruik een spons met zeepwater
of een pH-neutraal product,
- wanneer u met een
hogedrukreiniger hardnekkig vuil
probeert te verwijderen, houd
de straal dan nooit langdurig op
de koplampen, de achterlichten
en de randen ervan gericht, om
beschadiging van de vernislaag en
de afdichtrubbers te voorkomen.
Bij het vervangen van lampen moet de
verlichting minstens enkele minuten
uitgeschakeld zijn (risico van ernstige
verbranding).
- Raak de lamp niet met de vingers
aan, maar gebruik een niet-pluizende
doek.
In verband met het behoud van de
kwaliteit van de koplampen mogen
uitsluitend anti-UV-lampen worden
gebruikt.
Vervang een kapotte lamp altijd door een
nieuwe lamp met dezelfde specificaties.
LESEN SIE MEHR:
Neem voor het vervangen van dit type lamp
met LED's en lichtgeleiders contact op met
het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Inschakelen
Zet het contact af en verlaat de auto.
Druk op de vergrendelknop
van de afstandsbediening of
vergrendel de auto met het
"Keyless entry and start"-
systeem.
Het alarmsysteem is geactiveerd:
het verklikkerlampje
van de knop zal één keer per seconde knipperen.
Nadat de auto met de
afstandsbediening of het "Keyless entry
and start"-systeem is vergrendeld,
wordt de omtrekbeveiliging na
5 seconden, de interieurbeveiliging na
45 seconden en de wegsleepbeveiliging
na 90 seconden geactiveerd.