Instructieboekje, auto handleidingen

Verlichting vóór

Een lamp vervangen

Uitvoering met halogeenlampen

  1. Grootlicht (H1).
  2. Dimlicht (H7).
  3. Dagrijverlichting/parkeerlichten (led )*.
  4. Richtingaanwijzers (HY21).
  5. Mistlampen/bochtverlichting (H11).
Let er bij het monteren van onder andere H7-lampen met nokjes op dat deze nokjes goed in de uitsparingen komen, zodat het licht in de juiste richting schijnt.

* Led: light-emitting diode.

Een lamp vervangen

Uitvoering met meedraaiende xenonlampen

  1. Dagrijverlichting/parkeerlicht en (led ).
  2. Meedraaiend dim-/grootlicht (D1S).
  3. Richtingaanwijzers (led ).
  4. Mistlampen/bochtverlichting (led ).

Verlichting met leds (light-emitting diodes)

Neem voor het vervangen van dit type lampen contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Het CITROËN-netwerk biedt vervangingssets aan voor leds (light-emitting diodes).

Elektrocutiegevaar

Het vervangen van een xenonlamp (D1S) moet worden uitgevoerd door het CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.

 

Onder bepaalde weersomstandigheden (lage temperatuur, vochtigheid) kan zich een laagje condens aan de binnenzijde van de koplampen en de achterlichten vormen; dit verdwijnt enkele minuten na het ontsteken van de koplampen.

 

De koplampunits zijn voorzien van glas van polycarbonaat met een speciale vernislaag:
  • reinig de koplampen nooit met een droge of schurende doek en gebruik geen oplosmiddelen,
  • gebruik een spons met zeepwater of een pH-neutraal product,
  • wanneer u met een hogedrukreiniger hardnekkig vuil probeert te verwijderen, houd de straal dan nooit langdurig op de koplampen, de achterlichten en de randen ervan gericht, om beschadiging van de vernislaag en de afdichtrubbers te voorkomen.

 

Bij het vervangen van lampen moet de verlichting minstens enkele minuten uitgeschakeld zijn (risico van ernstige verbranding).
  • Raak de lamp niet met de vingers aan, maar gebruik een niet-pluizende doek.

In verband met het behoud van de kwaliteit van de koplampen mogen uitsluitend anti-UV-lampen worden gebruikt.

Vervang een kapotte lamp altijd door een nieuwe lamp met dezelfde specificaties.

LESEN SIE MEHR:

 Citroen DS5 - Instructieboekje (2011-2018) > Een lamp vervangen

 Citroen DS5 - Instructieboekje (2011-2018) > Verlichting overdag / parkeerlicht

Neem voor het vervangen van dit type lamp met LED's en lichtgeleiders contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

 Citroen DS5 - Instructieboekje (2011-2018) > Vergrendelen van de auto met volledig ingeschakeld alarm

Inschakelen Zet het contact af en verlaat de auto. Druk op de vergrendelknop van de afstandsbediening of vergrendel de auto met het "Keyless entry and start"- systeem. Het alarmsysteem is geactiveerd: het verklikkerlampje van de knop zal één keer per seconde knipperen. Nadat de auto met de afstandsbediening of het "Keyless entry and start"-systeem is vergrendeld, wordt de omtrekbeveiliging na 5 seconden, de interieurbeveiliging na 45 seconden en de wegsleepbeveiliging na 90 seconden geactiveerd.