Algemene informatie
WAARSCHUWING
Werk niet aan een warme motor.
Schakel het contact uit en schakel de parkeerrem in.Raak onderdelen van het elektronisch ontstekingssysteem bij aangezet
contact of draaiende motor niet aan. Het systeem werkt met hoogspanning.
Wanneer deze waarschuwing niet wordt opgevolgd, kan dit ernstig letsel
of de dood tot gevolg hebben.
Zorg dat uw handen en kledingstukken niet met de koelventilateur in
aanraking kunnen komen.Onder bepaalde omstandigheden kan de motorkoelventilateur nog enkele
minuten blijven doordraaien nadat u de auto hebt uitgezet.
Zorg dat vuldoppen stevig worden aangebracht na het uitvoeren van
onderhoudscontroles.
We raden aan de volgende controles uit te voeren.
Dagelijkse controle
- Buitenverlichting.
- Interieurverlichting.
- Waarschuwings- en controlelampen.
Controle tijdens tanken
- Peil van de ruitensproeiervloeistof.
- Bandenspanning
- Staat van de banden.
Maandelijkse controle
- Motoroliepeil.
- Koelvloeistofpeil.
- Remvloeistofpeil.
- Slangen, leidingen en reservoirs op lekkage.
- Werking van de airconditioning.
- Werking van de parkeerrem.
- Werking van de claxon.
- Vastzitten van de wielmoeren.
LESEN SIE MEHR:
Motorkap openen
Trek in de auto aan de handgreep van de motorkapontgrendeling
onder de linkerzijde van het dashboard.
Til de motorkap een beetje omhoog.
Verplaats de vergrendelnok naar links.
Open de motorkap.De motorkapsteun ondersteunt de motorkap
automatisch.
Motorkap sluiten
Laat de motorkap zakken tot er nog een opening over is van
ongeveer 20 cm.
Duw de voorkant van de motorkap stevig naar beneden om de
motorkap volledig te sluiten.
N.B.: Zorg dat de
motorkap goed dicht is.
Zet het contact en alle andere schakelaars uit.
Open de klep van de zekeringkast Als de schakelaar in stand
OFF staat, wordt "LET OP " weergegeven in het instrumentenpaneel.
Trek de verdachte zekering recht naar buiten. Gebruik de
zekeringtrekker die zich in de hoofdzekeringkast in de motorruimte
bevindt.
Controleer de verwijderde zekering; vervangen indien deze is
doorgebrand Er bevinden zich reservezekeringen in de zekeringkast aan
bestuurderszijde (of in de zekeringkast in de motorruimte).
Plaats een nieuwe zekering met dezelfde stroomsterkte en
controleer of de zekering goed vastzit.