Elektrisch
- Zitting kantelen en in hoogte en in
lengterichting verstellen
- Licht de schakelaar aan de voorzijde op of
druk deze neer om de zitting van de stoel te
kantelen.
- Licht de schakelaar aan de achterzijde op
of druk deze neer om de zitting te verhogen
of te verlagen.
- Beweeg de schakelaar naar voren of naar
achteren om de stoel naar voren of naar
achteren te bewegen.
- Kantelen van de rugleuning
Beweeg de schakelaar naar voren of
naar achteren om de hellingshoek van de
rugleuning in te stellen.
- Lendensteun bestuurdersstoel verstellen
Druk op de schakelaars om de gewenste
mate van steun voor de lendenen in te stellen.
- Handmatig verstellen van de zitting
Trek aan de handgreep om de lengte van
de zitting in te stellen.

Zet het contact aan of start de motor als de eco-mode is ingeschakeld.
Na het openen van het voorportier kan de bediening van de elektrische
verstelling van de bestuurdersstoel nog ongeveer 45 seconden worden
gebruikt. Ongeveer 45 seconden na het afzetten van het contact en in de
ecomode,
wordt de bediening van de elektrische stoelverstelling uitgeschakeld.
Als het contact wordt aangezet, wordt de bediening van de elektrische
stoelverstelling weer ingeschakeld.
Zorg er bij het verstellen van de stoel naar achteren voor
dat het schuiven van de stoel niet wordt verhinderd door
personen of hinderlijke voorwerpen op de vloer achter de
stoel om te voorkomen dat de stoel wordt geblokkeerd.
Onderbreek het schuiven van de stoel meteen als dit het
geval is.
LESEN SIE MEHR:
Hoofdsteun in hoogte verstellen en
kantelen
Trek de hoofdsteun omhoog om deze
hoger te stellen.
Dit systeem slaat de elektrische instellingen
van de bestuurdersstoel en het head-up display
op. U kunt twee standen opslaan met de
toetsen aan de zijkant van de bestuurdersstoel.
WAARSCHUWINGLaat het brandstofsysteem controleren wanneer uw auto bij een aanrijding
betrokken is geweest. Als u deze instructie negeert, kan dat brand,
verwondingen of de dood tot gevolg hebben.
Uw auto omvat een uitschakelfunctie van de brandstofpomp, die de stroom van
brandstof naar de motor stopzet bij een gemiddelde tot ernstige
botsing. Niet elke botsing zal leiden tot een uitschakeling.