Instapverlichting
buitenzijde
De instapverlichting wordt afhankelijk van de
door de lichtsensor gesignaleerde hoeveelheid
licht geactiveerd om op donkere plaatsen het
lokaliseren van de auto en het instappen te
vergemakkelijken.
Inschakelen
- Druk op het geopende hangslot van de
afstandsbediening.
Het dimlicht en parkeerlicht gaan branden en
uw auto wordt ontgrendeld.
Uitschakelen
De instapverlichting aan de
buitenzijde gaat na een bepaalde
tijd automatisch uit, of gaat uit na
het aanzetten van het contact of het
vergrendelen van de auto.
Programmeren
Via het display van het
instrumentenpaneel
kan de functie worden in- en uitgeschakeld
en kan de duur van het branden van de
instapverlichting worden gewijzigd. Open
het Hoofdmenu, selecteer "Parameters
auto" en vervolgens "Verlichting", en wijzig
vervolgens de duur van de verlichting.
LESEN SIE MEHR:
De zijkant van de auto wordt gemarkeerd door
het inschakelen van de parkeerlichten aan de
kant van het verkeer.
Duw de lichtschakelaar binnen één
minuut na het afzetten van het contact
omhoog of omlaag om de parkeerlichten
aan de kant van het verkeer in te
schakelen (voorbeeld: rechts van de weg
parkeren: lichtschakelaar omlaag duwen;
parkeerlichten links gaan branden).
Om de toegang tot de auto te vergemakkelijken,
worden de volgende delen verlicht:
het oppervlak naast het bestuurders- en
het passagiersportier,
het oppervlak voor de buitenspiegels en
achter de voorportieren.
Links: duw de hendel helemaal omlaag.
Rechts: duw de hendel helemaal omhoog.
Wanneer de richtingaanwijzers na
meer dan 20 seconden nog niet zijn
uitgeschakeld, wordt bij een snelheid
van meer dan 60 km/h automatisch het
knippergeluid versterkt.