Toerenteller (x 1000 t/min of rpm),
schaalverdeling afhankelijk van de
motoruitvoering (benzine of diesel).
Brandstofniveaumeter.
Koelvloeistoftemperatuurmeter.
Analoge snelheidsmeter (km/h of mph).
Aanwijzingen van de snelheidsregelaar of
de snelheidsbegrenzer.
Schakelindicator of weergave positie
selectiehendel en ingeschakelde versnelling
(elektronisch gestuurde versnellingsbak of
automatische transmissie).
Display van het instrumentenpaneel:
kilometertellers, onderhoudsindicator,
motoroliepeilmeter*, actieradius van het
additief AdBlue van het SCR-systeem*,
waarschuwingsmeldingen, boordcomputer,
geluidsbron waarnaar wordt geluisterd,
navigatie-aanwijzingen*.
Digitale snelheidsmeter (km/h of mph).
1. Controleer de volgende punten alvorens de motorkap te sluiten:
Alle vuldoppen in de motorruimte moeten correct worden
aangebracht.
Of er geen handschoenen, doeken of andere brandbare materialen in
de motorruimte zijn achtergebleven.
2. Laat de motorkap zakken tot ongeveerd 30 cm boven de geslotenstand
en laat hem los. Controleer of de motorkap vergrendeld is. 3. Controleer
of de motorkap goed is afgesloten. Als u de motorkap enigszins omhoog kunt
trekken, is deze niet goed afgesloten Open hem opnieuw en sluit hem
met wat meer kracht.