Instructieboekje, auto handleidingen

Kinderzitjes I-formaat  

Passagiersstoel vooraan  Zitplaatsen op de linker- en rechterachterbank  Middelste zitplaats achterbank 
Bevestigingssystemen kinderzitjes I-formaat  I-U 

I-U Geschikt voor gebruik met naar voor of achter gerichte bevestigingssystemen voor kinderzitjes van I-formaat.

X Niet geschikt voor gebruik met bevestigingssystemen voor kinderzitjes van I-formaat.

    LESEN SIE MEHR:

     Ford Mondeo Vijfde generatie (Mk5) - Instructieboekje (2013-2022) > ISOFIX kinderzitjes

    Stoelposities  Gewichtsgroepen  0  0+  1  Naar achteren gericht  Naar voren gericht  Naar achteren gericht  -13 kg 9-18 kg Passagiersstoel vooraan  Maatklasse  Niet uitgerust met ISOFIX  Stoeltype  Achterste zitplaats opzij, ISOFIX  Maatklasse  C, D, E1  A, B, B11  C, D1  Stoeltype  IL2  IL2, IUF3  IL2  Middelste zitplaats achterbank  Maatklasse  Niet uitgerust met ISOFIX  Stoeltype 

     Ford Mondeo Vijfde generatie (Mk5) - Instructieboekje (2013-2022) > Kindersloten - Auto's met: Mechanische kindersloten

    Als deze sloten zijn ingesteld, kunnen de achterportieren niet vanaf de binnenzijde worden geopend. De kinderveiligheidssloten bevinden zich aan de achterrand van elk achterportier en moeten voor elk portier afzonderlijk worden ingesteld.

     KIA Optima (JF) - Instructieboekje (2015-2020) > Werking van de parkeerhulp

    Voorwaarden voor gebruik Dit systeem wordt ingeschakeld wanneer de toets van de parkeerhulp wordt ingedrukt terwijl het contact in stand ON staat. Wanneer u de achteruitversnelling (R) inschakelt, gaat het controlelampje in de toets van de parkeerhulp automatisch branden en wordt de parkeerhulp geactiveerd. Het wordt automatisch uitgeschakeld wanneer u meer dan 30 km/h rijdt. (indien uitgerust met SPAS) Het bereik van de parkeersensoren bedraagt ongeveer 120 cm bij een snelheid van maximaal 10 km/h. Het bereik van de parkeersensoren bij het vooruitrijden bedraagt ongeveer 100 cm bij een snelheid van maximaal 10 km/h. Als er zich meerdere voorwerpen achter de auto bevinden, zal het dichtstbijzijnde als eerste worden geregistreerd. De sensoren opzij worden geactiveerd wanneer u de achteruitversnelling (R) inschakelt. Als de rijsnelheid hoger is dan 20 km/h, wordt het systeem automatisch uitgeschakeld. Druk op de toets om het systeem weer in te schakelen.