Loskoppelen van de accu
Als u de auto gedurende langere tijd niet gaat
gebruiken, koppel dan de 12V-accu los. Op
deze manier blijft het laadniveau van de accu
voldoende om de motor weer te starten.
Voer de volgende handelingen uit alvorens de
accu los te koppelen:
- sluit alle te openen carrosseriedelen
(portieren, achterklep, ruiten, dak),
- schakel alle stroomverbruikers (autoradio,
ruitenwissers, verlichting enz.) uit,
- zet het contact uit en wacht vier minuten.
U hoeft slechts de klem van de pluspool (+) los
te nemen.
Forceer de hendel niet door erop te
duwen, aangezien de accupoolklem
niet kan worden vergrendeld als deze
niet correct is geplaatst; herhaal de
procedure.
Accupoolklem met snelsluiting

Loskoppelen van de plusklem (+)
- Trek de hendel A zo ver mogelijk omhoog
om de accupoolklem B te ontgrendelen.
Weer aansluiten van de plusklem (+)
- Plaats de geopende accupoolklem B op de
pluspool (+) van de accu.
- Druk verticaal op de accupoolklem om
deze goed tegen de accu aan te drukken.
- Zet de accupoolklem vast door de hendel A
omlaag te bewegen.
Na het weer aansluiten van de accukabels
Zet na het weer aansluiten van de accu het contact aan
en wacht 1 minuut alvorens de motor te starten, zodat de
elektronische systemen geïnitialiseerd kunnen worden.
Mochten er zich na deze handeling kleine storingen
blijven voordoen, raadpleeg dan het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor het zelf
opnieuw initialiseren van de elektronische systemen
zoals:
- de sleutel met afstandsbediening of de
elektronische sleutel (volgens uitvoering),
- het elektrische zonnescherm/de elektrische
zonneschermen,
- de elektrische ruitbediening,
- de datum en de tijd,
- de voorkeuzezenders.
Tijdens de rit die volgt op het de eerste
keer starten van de motor, werkt het
Stop & Start-systeem mogelijk niet.
In dat geval werkt de functie pas
weer als de auto gedurende een
bepaalde periode, die afhankelijk is
van de omgevingstemperatuur en de
laadtoestand van de accu (maximaal
8 uur), niet is gebruikt.
LESEN SIE MEHR:
Voor een optimale levensduur van de accu
is het noodzakelijk om het laadniveau van de
accu op een voldoende peil te houden.
In sommige gevallen kan het dan ook nodig zijn
om de accu op te laden:
als u voornamelijk korte ritten maakt,
voordat de auto meerdere weken niet wordt
gebruikt.
Krachtoverbrenging
Informatie over het stroomverbruik van uw hybride auto is beschikbaar
via het gedeelte Apps van het aanraakscherm.
Aanduiding
Item
Omschrijving
A
Vermogen
Dit wijst erop welke
modus actief is in het voertuigsysteem.
Menu-item
Actie en omschrijving
Status: hybride aandrijving
De elektromotor en de
benzinemotor drijven de auto aan.
Status: Hoogvoltage-accu wordt opgeladen
Het hybride systeem
slaat vermogen op in de hoogspanningsaccu.
Status: inactief
De auto staat stil of
deelt erg weinig vermogen tussen de onderdelen van het
elektrische systeem.
Status: elektrische aandrijving
De auto rijdt in
elektrische modus (het vermogen komt van de elektromotor). In
deze modus is de benzinemotor uitgeschakeld.
B
Stroom van motor naar
wielen
Toont de richting van
de stroom tussen de wielen en de elektromotor.
C
Elektr. motor
Stelt de hybride
elektromotor voor. Hoe hoger het motorvermogen, des te groter de
cirkel rond dit knooppunt zal zijn. Wanneer de auto klaar is
voor vertrek, gaat het motorknooppunt branden.
D
Stroom accu naar motor
1
Geeft de richting van
de stroom tussen de hoogspanningsaccu en de elektromotor weer.
Een stroom naar de motor toe wijst erop dat de accu vermogen
levert om de auto aan te drijven (de accu wordt ontladen). Een
stroom naar de accu toe wijst erop dat de elektromotor stroom
levert aan de accu (de accu wordt opgeladen).
E
Overig
2
Omvat alle
stroomverbruik van de accessoires met laagspanning, zoals de
ventilator voor klimaatregeling, koplampen en stoelverwarming.
Hoe hoger het stroomverbruik van deze accessoires, des te groter
de cirkel rond het knooppunt zal zijn. Dit knooppunt gaat
branden telkens wanneer de auto is ingeschakeld aangezien er
steeds een minimum aan energie wordt verbruikt.
F
Temperatuurregeling
2,3
Omvat het
stroomverbruik van de hoogspanningscomponenten voor
klimaatregeling, zoals de elektrische aircocompressor. Hoe hoger
het stroomverbruik van deze componenten, des te groter de cirkel
rond dit knooppunt zal zijn.
G
Accu
Stelt uw
hoogspanningsaccu voor. Er brandt een cirkel rond het knooppunt
wanneer de hoogspanningsaccu vermogen ontvangt van regeneratief
remmen of opladen via de motor. Hoe hoger de stroom naar de
hoogspanningsaccu, des te groter de cirkel rond dit knooppunt
zal zijn.
H
Brandst.
Stelt de brandstoftank
in de auto voor.
I
Stroom brandstof naar
motor
Toont de stroom van de
brandstoftank naar de motor wanneer de motor draait en brandstof
verbruikt (soms draait de motor maar verbruikt deze geen
brandstof). Wanneer de motor draait, maar geen brandstof
verbruikt, is het motorknooppunt actief, maar is het
brandstofpad uit. Een voorbeeld hiervan is wanneer u het
gaspedaal niet intrapt en de auto tegen een hoge snelheid
rijdt.
J
Motor aan wegens:
Geeft u de reden(en)
waarom de benzinemotor draait. Wanneer de benzinemotor is
uitgeschakeld, verschijnt deze weergave niet. De redenen voor Motor draait omwille van worden weergegeven door het systeem
in een tabel na deze lijst.
K
Stroom van motor naar
motor
Toont de richting van
de stroom tussen de motor en de elektromotor. De richting wijst
erop dat de motor stroom levert aan het elektrisch
hoogspanningssysteem of dat het elektrisch hoogspanningssysteem
vermogen levert om de motor te regelen of te starten.
L
Motor
Geeft de benzinemotor
weer. Dit gaat alleen branden wanneer de benzinemotor is
ingeschakeld. Hoe hoger het motorvermogen, des te groter de
cirkel rond dit knooppunt zal zijn.
M
Stroom van motor naar
wielen
Toont de richting van
de stroom tussen de motor en de wielen.
N
Aandrijv.
Geeft het vermogen naar
de wielen weer. Hoe hoger het wielvermogen, des te groter de
cirkel rond dit knooppunt zal zijn. Wanneer de motor is
uitgeschakeld, wordt het aandrijfvermogen in het blauw
weergegeven. Wanneer de motor is ingeschakeld, wordt het
aandrijfvermogen in het grijs weergegeven.