Instructieboekje, auto handleidingen

Menu "Rijden"

De te configureren functies zijn in de volgende tabel weergegeven.

Toets Desbetreffende functie Aanwijzingen
Inst. snelheden Opslaan van de snelheden voor de snelheidsbegrenzer en de snelheidsregelaar.
Configuratie auto Toegang tot de te configureren functies. De functies zijn verdeeld over drie tabbladen:

- "[Rijhulpsysteem]"

  • "[Elektrische parkeerrem]" (Elektrische parkeerrem; zie de rubriek "Rijden"),
  • "[Automatisch inschakelen achterruitenwisser bij inschakelen achteruitversnelling]" (Zie voor het inschakelen van deze functie de rubriek "Zicht").

- "[Verlichting]"

  • "[Follow me home-verlichting]" (Zie de rubriek "Zicht"),
  • "[Instapverlichting]" (Zie de rubriek "Zicht"),
  • "[Adaptieve verlichting]" (Zie de rubriek "Zicht").

- "[Toegang auto]"

  • "[Indrukken afstandsbediening bestuurder]" (Selectieve ontgrendeling van het bestuurdersportier; zie de rubriek "Toegang tot de auto").
  • "[Ontgrendeling achterklep]" (Selectieve ontgrendeling van de achterklep; zie de rubriek "Toegang tot de auto").

Selecteer of deselecteer de tabs onder aan het scherm om de gewenste functies weer te geven.

Stop & Start Uitschakelen van de functie.

Functie uitgeschakeld = verklikkerlampje brandt (oranje).

    LESEN SIE MEHR:

     Citroen DS5 - Instructieboekje (2011-2018) > Menu's

    Druk op een van de toetsen van het bedieningspaneel om het desbetreffende menu direct te openen.   Rijden. Hiermee kunnen bepaalde functies worden geconfigureerd.

     Citroen DS5 - Instructieboekje (2011-2018) > Menu "Instellingen"

    De via dit menu toegankelijke functies zijn in de volgende tabel weergegeven. Toets Desbetreffende functie Aanwijzingen Audio- instellingen Instellen van het geluidsvolume, de balans enz. Scherm uit Uitschakelen van de weergave op het touchscreen (zwart scherm).

     Ford Mondeo Vijfde generatie (Mk5) - Instructieboekje (2013-2022) > Bandenspanning controleren

    WAARSCHUWING Zorg er voordat u wegrijdt voor dat de band de voorgeschreven bandenspanning heeft. Controleer voortdurend de bandenspanning tot de band is vervangen. Stop uw auto nadat u ongeveer 10 km hebt gereden. Controleer en corrigeer zo nodig de spanning van de beschadigde band. Bevestig de set met afdichtmiddel voor banden en controleer de bandenspanning op drukmeter D. Wanneer de bandenspanning hoger is dan de aanbevolen bandenspanning, breng de band dan op de aanbevolen spanning. Volg de oppompprocedure opnieuw om de band op te pompen. Controleer de bandenspanning opnieuw met behulp van de drukmeter D. Is de bandenspanning te hoog, laat de spanning dan afnemen met behulp van de drukregelklep B. Is de bandenspanning lager dan de aanbevolen bandenspanning, herhaal dan de stappen 13 tot 16 en de stappen 1 tot 5 (Bandenspanning controleren). Wanneer u de band hebt opgepompt tot de juiste bandenspanning, zet u de schakelaar F van de compressor in de stand 0, verwijdert u de stekker E uit het extra elektrisch aansluitpunt, schroeft u de fles met afdichtmiddel los, bevestigt u het klephoedje en plaatst u beschermdop A terug. Rijd naar de dichtstbijzijnde bandenspecialist om de beschadigde band te vervangen. Vertel de bandenspecialist dat de band afdichtmiddel bevat, voordat de band van het wiel wordt afgenomen. Vervang de fles afdichtmiddel zo snel mogelijk na gebruik. N.B.:  De set met afdichtmiddel voor banden dient alleen voor noodreparaties. Voorschriften over bandreparatie na gebruik van de set met afdichtmiddel voor banden kunnen per land verschillen. Raadpleeg een bandenspecialist voor advies.