Menu "Rijden"
De te configureren functies zijn in de volgende tabel weergegeven.
Toets |
Desbetreffende functie |
Aanwijzingen |
 |
Inst. snelheden |
Opslaan van de snelheden voor de snelheidsbegrenzer en de
snelheidsregelaar. |
 |
Configuratie auto |
Toegang tot de te configureren functies. De functies zijn verdeeld
over drie tabbladen: - "[Rijhulpsysteem]"
- "[Elektrische parkeerrem]" (Elektrische parkeerrem; zie de
rubriek "Rijden"),
- "[Automatisch inschakelen achterruitenwisser bij inschakelen
achteruitversnelling]"
(Zie voor het inschakelen van deze functie de rubriek "Zicht").
- "[Verlichting]"
- "[Follow me home-verlichting]" (Zie de rubriek "Zicht"),
- "[Instapverlichting]" (Zie de rubriek "Zicht"),
- "[Adaptieve verlichting]" (Zie de rubriek "Zicht").
- "[Toegang auto]"
- "[Indrukken afstandsbediening bestuurder]" (Selectieve
ontgrendeling van het
bestuurdersportier; zie de rubriek "Toegang tot de auto").
- "[Ontgrendeling achterklep]" (Selectieve ontgrendeling van de
achterklep; zie de rubriek
"Toegang tot de auto").
Selecteer of deselecteer de tabs onder aan het scherm om de gewenste
functies weer te
geven. |
 |
Stop & Start |
Uitschakelen van de functie.
Functie uitgeschakeld = verklikkerlampje brandt (oranje). |
LESEN SIE MEHR:
Druk op een van de toetsen van het bedieningspaneel
om het desbetreffende menu direct te openen.
Rijden.
Hiermee kunnen bepaalde functies
worden geconfigureerd.
De via dit menu toegankelijke functies zijn in de volgende tabel weergegeven.
Toets
Desbetreffende functie
Aanwijzingen
Audio- instellingen
Instellen van het geluidsvolume, de balans enz.
Scherm uit
Uitschakelen van de weergave op het touchscreen (zwart scherm).
WAARSCHUWING
Zorg er voordat u wegrijdt voor dat de band de voorgeschreven
bandenspanning heeft. Controleer voortdurend de bandenspanning tot de
band is vervangen.
Stop uw auto nadat u ongeveer 10 km hebt gereden. Controleer en
corrigeer zo nodig de spanning van de beschadigde band.
Bevestig de set met afdichtmiddel voor banden en controleer de
bandenspanning op drukmeter D.
Wanneer de bandenspanning hoger is dan de aanbevolen bandenspanning,
breng de band dan op de aanbevolen spanning.
Volg de oppompprocedure opnieuw om de band op te pompen.
Controleer de bandenspanning opnieuw met behulp van de drukmeter D.
Is de bandenspanning te hoog, laat de spanning dan afnemen met behulp
van de drukregelklep B.
Is de bandenspanning lager dan de aanbevolen bandenspanning, herhaal
dan de stappen 13 tot 16 en de stappen 1 tot 5 (Bandenspanning
controleren).
Wanneer u de band hebt opgepompt tot de juiste bandenspanning, zet u
de schakelaar F van de compressor in de stand 0, verwijdert u de stekker
E uit het extra elektrisch aansluitpunt, schroeft u de fles met
afdichtmiddel los, bevestigt u het klephoedje en plaatst u beschermdop A
terug.
Rijd naar de dichtstbijzijnde bandenspecialist om de beschadigde
band te vervangen. Vertel de bandenspecialist dat de band afdichtmiddel
bevat, voordat de band van het wiel wordt afgenomen. Vervang de fles
afdichtmiddel zo snel mogelijk na gebruik.
N.B.: De set met
afdichtmiddel voor banden dient alleen voor noodreparaties.
Voorschriften over bandreparatie na gebruik van de set met afdichtmiddel
voor banden kunnen per land verschillen. Raadpleeg een bandenspecialist
voor advies.