Power Easy Access-systeem
De stoel en het stuurwiel worden automatisch versteld zodat de bestuurder
gemakkelijk in en uit de auto kan stappen.
Als de volgende handelingen zijn uitgevoerd,
worden de bestuurdersstoel
en het stuurwiel automatisch versteld
zodat de bestuurder gemakkelijk in of
uit de auto kan stappen.
- De selectiehendel is in stand P
gezet.
- Het contact is UIT gezet.
- De veiligheidsgordel van de bestuurders is losgemaakt.
Als een van de volgende handelingen is uitgevoerd, worden de
bestuurdersstoel
en het stuurwiel automatisch teruggezet in de oorspronkelijke positie.
- Het contact wordt in stand ACC of AAN gezet.
- De veiligheidsgordel van de bestuurder wordt vastgemaakt.

■ Bediening van het Power Easy Access-systeem
Als u uit de auto stapt, werkt het Power Easy Access-systeem mogelijk niet
als de stoel al
bijna in de achterste positie staat, enz.
■ Persoonlijke voorkeursinstellingen
De mate waarin de stoel wordt versteld met het Power Easy Access-systeem kan
aan de
persoonlijke voorkeur worden aangepast. (Systemen met mogelijkheden voor
persoonlijke
voorkeursinstellingen)
LESEN SIE MEHR:
De rijpositie die uw voorkeur heeft (de positie van de bestuurdersstoel,
het stuur
en de buitenspiegels), kan met een druk op de knop in het geheugen worden
opgeslagen en weer worden opgeroepen.
De volgende verklikkerlampjes op het instrumentenpaneel en/of op het display
van het instrumentenpaneel geven aan dat de desbetreffende functie is
ingeschakeld.
Controlelampje
Status
Oorzaak
Acties / Opmerkingen
Richtingaanwijzer
links
knippert, met
geluidssignaal.
Als u de lichtschakelaar omlaag
beweegt.
Richtingaanwijzer
rechts
knippert, met
geluidssignaal.
Als u de lichtschakelaar omhoog
beweegt.
Parkeerlichten
permanent.
De lichtschakelaar staat in de stand
"Parkeerlichten".
Dimlicht
permanent.
De lichtschakelaar staat in de stand
"Dimlicht".
Grootlicht
permanent.
Als u de lichtschakelaar naar u toe
trekt.
Trek aan de lichtschakelaar om terug te schakelen
naar dimlicht.
Mistlampen vóór
permanent.
De mistlampen vóór zijn ingeschakeld
met de ring van de lichtschakelaar.
Draai de ring van de lichtschakelaar twee standen
naar achteren om de mistlampen vóór uit te
schakelen.
Mistachterlichten
permanent.
De mistachterlichten zijn
ingeschakeld.
Draai de ring naar achteren om de mistachterlichten
uit te schakelen.