Programma's Sport en Sneeuw
Deze twee specifieke programma's vullen de
automatische werking aan onder bijzondere
rijomstandigheden.
Programma Sport "S"
- Druk op de toets "S" als de motor is
gestart.
Het schakelprogramma maakt dan automatisch
een dynamische rijstijl mogelijk.
Op het instrumentenpaneel
verschijnt
de aanduiding S.
Programma Sneeuw "
"
Druk op de toets "
" als de motor
is
gestart.
Op het instrumentenpaneel
verschijnt
de aanduiding
.
Terugkeren naar de autoadaptieve
stand
- Om terug te keren naar het auto-adaptieve
stand kunt u het programma op elk
gewenst moment uitschakelen door
opnieuw op de desbetreffende toets te
drukken.
LESEN SIE MEHR:
Selecteer de stand D om automatisch
te laten schakelen tussen de zes
versnellingen.
De versnellingsbak werkt dan in de auto-adaptieve
stand, zonder dat u zelf hoeft te schakelen. De
versnellingsbak kiest voortdurend de meest
geschikte versnelling, afhankelijk van de rijstijl, het
profiel van de weg en de belading van de auto.
Selecteer de stand M om sequentieel te
schakelen in de zes versnellingen.
Duw de selectiehendel naar het symbool +
om één versnelling op te schakelen.
Trek de selectiehendel naar het symbool -
om één versnelling terug te schakelen.
U kunt de gevoeligheid instellen van de rijsnelheid bij het met een
ingestelde afstand volgen van de voorligger. Ga naar de modus "User
Settings" (gebruikersinstellingen) (Driving Assist, rijbegeleiding) en
selecteer SCC (Smart Cruise Control). U kunt uit een van de drie fasen
kiezen.
Traag: De volgsnelheid om de ingestelde afstand tot de
voorligger te behouden is lager dan de normale snelheid.
Normaal: De volgsnelheid om de ingestelde afstand tot de
voorligger te behouden is normaal.
Snel: De volgsnelheid om de ingestelde afstand tot de
voorligger te behouden is hoger dan de normale snelheid.