Starten in noodgevallen

Sluit de kabels in de aangegeven volgorde aan en neem ze in de omgekeerde
volgorde los.
A: Startkabels B: Hulpaccu C: Lege accu
LESEN SIE MEHR:
Als de motor niet of langzaam ronddraait
Controleer als uw auto is uitgerust met een automatische of
dual clutch transmissie of de selectiehendel in stand N (neutraal) of
P (parkeren) staat en of de parkeerrem geactiveerd is.
Controleer of de accuklemmen schoon zijn en goed vastzitten.
Schakel de interieurverlichting in Als de interieurverlichting
zwakker gaat branden of uitgaat als u de startmotor bedient, is de
accu te ver ontladen.
Controleer of de aansluitingen van de startmotor goed
vastzitten.
Probeer de auto niet te starten door hem te slepen of te duwen
Raadpleeg de instructies voor "Starten met een hulpaccu" op bladzijde
.
Starten met een hulpaccu kan gevaarlijk zijn als dit niet op de juiste
manier gebeurt. Volg daarom de procedures voor het starten met een
hulpaccu om te voorkomen dat u letsel oploopt of de auto en de accu
beschadigd raken. Wij adviseren u met klem om bij twijfel hulp in te
roepen van een expert.
De spraakherkenning gebruiken
Om spraakcommando's te starten, drukt u kort op de toets
op de bedieningsorganen van het
stuurwiel.
Als de [Normal Mode] (normale modus) voor de spraakcommando's
is ingeschakeld, zegt het systeem "Geef een commando. Ding".
Als de [Expert Mode] (expertmodus) voor de spraakcommando's is
ingeschakeld, zegt het systeem alleen "Ding "
Spraakcommando instellen [Normal Mode] (normale modus)/[Expert
Mode] (expertmodus): Druk op de toets
Selecteer [System] (Systeem)
Selecteer [VRS Mode] (VRS modus)
Stel [Normal Mode] (normale modus)/
[Expert Mode] (expertmodus) in
Zeg het spraakcommando.