Stoelverwarming
WAARSCHUWING
Mensen die geen pijn op hun huid kunnen voelen als gevolg van
hoge leeftijd, chronische ziekte, diabetes, ruggengraatletsel,
medicatie, alcoholgebruik, uitputting of andere fysieke
omstandigheden moeten voorzichtig omgaan met de stoelverwarming.
De stoelverwarming kan zelfs bij lage temperatuur brandwonden
veroorzaken, met name indien ze gedurende langere tijd gebruikt
wordt. Plaats niets op de stoel dat mogelijk warmte-isolerend
is, zoals een deken of een kussen. Hierdoor kan de
stoelverwarming oververhit raken. Steek geen spelden, naalden of
andere puntige voorwerpen door de stoelbekleding. Dit beschadigt
het verwarmingselement, waardoor de stoelverwarming oververhit
kan raken. Een oververhitte stoel kan ernstig persoonlijk letsel
veroorzaken.N.B.:
Doe het
volgende niet!
- Zware voorwerpen op de stoel plaatsen.
- De stoelverwarming inschakelen indien water of een andere
vloeistof op de stoel is gemorst. Laat de stoel grondig drogen.
- De stoelverwarming inschakelen terwijl de motor niet loopt.
Hierdoor kan de accu worden ontladen.

Druk op het symbool van de stoelverwarming op het aanraakscherm
om door de verschillende verwarmingsinstellingen te navigeren of
om deze uit te zetten. Warmere instellingen worden aangeduid met
meer indicatielampjes.
N.B.: Na 60 minuten
wordt de stoelverwarming uitgeschakeld. Druk op het symbool van
de stoelverwarming om de stoelverwarming in te schakelen.
LESEN SIE MEHR:
De stoelkoeling werkt alleen als de motor draait.
Druk op het symbool van de stoelkoeling op het aanraakscherm om
door de verschillende instellingen voor koelen te navigeren of
om deze uit te zetten. Koudere instellingen worden aangeduid met
meer indicatielampjes.
U kunt, indien nodig, de parkeerrem extra
stevig aantrekken. Dit gebeurt door de
hendel A langer te bedienen, tot de melding
"Parkeerrem maximaal aangetrokken" op het
display verschijnt en er een geluidsignaal klinkt.
Het extra stevig aantrekken van de parkeerrem is
noodzakelijk in de volgende omstandigheden:
wanneer een caravan of aanhanger aan
de auto is gekoppeld en de automatische
bediening is geactiveerd, terwijl u de
parkeerrem handmatig bedient,
wanneer de hellingcondities vermoedelijk
zullen variëren terwijl de auto stilstaat
(bijvoorbeeld wanneer de auto vervoerd wordt
op een boot of trailer, of bij slepen).
In het geval van een aangekoppelde
aanhanger, wanneer de auto beladen is of op
een steile helling staat, dient u de parkeerrem
extra stevig aan te trekken, bij het parkeren
de voorwielen naar de stoeprand te sturen en
een versnelling in te schakelen.