Dagrijlicht
WAARSCHUWING
Het dagrijlichtsysteem schakelt de achterlichten niet in en geeft bij
slecht zicht wellicht onvoldoende verlichting. Zorg dat u bij alle soorten
slecht zicht zo nodig de koplampen inschakelt. Anders kunt u een botsing
krijgen.
Type één - Conventioneel (niet-configureerbaar)In de volgende situaties worden de dagrijlichten ingeschakeld:
- Het contact aanzetten.
- De transmissie staat niet in de parkeerstand (P) bij auto's met
automatische transmissie of de parkeerrem wordt vrijgezet bij auto's met
handgeschakelde transmissie.
- De lichtschakelaar staat in de stand uit, parkeerlicht of automatisch
inschakelende koplampen.
- De koplampen zijn uitgeschakeld.
Type twee - ConfigureerbaarSchakel het dagrijlicht in of uit met behulp van het informatiedisplay.
In de volgende situaties worden de dagrijlichten ingeschakeld:
- De lampen branden in het informatiedisplay.
- Het contact aanzetten.
- De transmissie staat niet in de parkeerstand (P) bij auto's met
automatische transmissie of de parkeerrem wordt vrijgezet bij auto's met
handgeschakelde transmissie.
- De lichtschakelaar staat in de stand automatisch inschakelende
koplampen.
- De koplampen zijn uitgeschakeld.
In de andere standen van de lichtschakelaar wordt het dagrijlicht niet
ingeschakeld.
Als het dagrijlicht is uitgeschakeld in het informatiedisplay, blijven de
lampen uit in alle standen van de schakelaar.
LESEN SIE MEHR:
WAARSCHUWINGHet systeem is niet bedoeld om de bestuurder te ontheffen van zijn plicht
om tijdens het rijden voorzichtig en oplettend te zijn. U moet het systeem
wellicht onderdrukken als het de koplampen niet inschakelt bij slecht zicht,
bijvoorbeeld bij mist overdag.
WAARSCHUWINGHet systeem is niet bedoeld om de bestuurder te ontheffen van zijn plicht
om tijdens het rijden voorzichtig en oplettend te zijn. U moet het systeem
wellicht negeren als het systeem het grootlicht niet in- of uitschakelt.
Het systeem schakelt grootlicht in indien het voldoende donker is en er geen
ander verkeer is. Indien het system de koplampen of achterlichten van een
naderend voertuig waarneemt, of de straatverlichting vóór de auto, schakelt
het systeem het grootlicht uit voordat het andere weggebruikers kan
verblinden. Het dimlicht blijft ingeschakeld.
Controleer voor het bijvullen of de auto op een
vlakke en horizontale ondergrond staat.
Controleer 's winters of de
omgevingstemperatuur van de auto hoger
is dan -11ºC. Als het kouder is, bevriest het
AdBlue waardoor u het niet in het reservoir
kunt gieten. Laat uw auto enkele uren op een
warmere plaats staan en vul vervolgens het
reservoir bij.
Druk op de START/STOP-knop om de
motor af te zetten.
Til de vloerplaat van de bagageruimte op
voor toegang tot het AdBlue-reservoir.