Instructieboekje, auto handleidingen

Leeslampje

Leeslampje

(2):

  • Het leeslampje en de interieurverlichting gaan branden wanneer een portier wordt geopend. De verlichting gaat na ongeveer 30 seconden uit.
  • Het leeslampje en de interieurverlichting blijven gedurende ongeveer 30 seconden branden als de portieren worden ontgrendeld met een afstandsbediening of Smart Key en zolang de portieren niet worden geopend.
  • Het leeslampje en de interieurverlichting blijven gedurende ongeveer 20 minuten branden als een portier wordt geopend terwijl het contact in stand ACC of LOCK/OFF staat.
  • Het leeslampje en de interieurverlichting blijven echter continu branden als een portier wordt geopend terwijl het contact in stand ON staat.
  • Het leeslampje en de interieurverlichting gaan direct uit als het contact in stand ON wordt gezet of alle portieren worden vergrendeld.
  • Druk opnieuw op de toets DOOR (2) (maar houd hem niet ingedrukt) om de DOOR modus uit te schakelen.

OPMERKING De DOOR modus en de ROOM modus kunnen niet tegelijkertijd worden geselecteerd.

Interieurverlichting vóór:

 Type A

  • (3): Druk op deze schakelaar om de interieurverlichting vóór en achter aan te zetten. (4): Druk op deze schakelaar om de interieurverlichting vóór en achter uit te zetten.

 Type B

  • (3): Druk op deze schakelaar om de interieurverlichting vóór en achter aan en uit te zetten.

    LESEN SIE MEHR:

     KIA Optima (JF) - Instructieboekje (2015-2020) > Interieurverlichting

    LET OP Laat de interieurverlichting niet te lang branden als de motor niet draait. Hierdoor kan de accu ontladen raken. WAARSCHUWING Gebruik de interieurverlichting niet wanneer u in het donker rijdt. Doordat de interieurverlichting het zicht kan beperken, kunnen ongevallen ontstaan.

     KIA Optima (JF) - Instructieboekje (2015-2020) > Interieurverlichting

     KIA Optima (JF) - Instructieboekje (2015-2020) > Onderhoudsschema bij normaal gebruik voor dieselmotoren [voor Europa (behalve Rusland)]

    Onderstaand onderhoud moet worden uitgevoerd voor een goede emissieregeling en goede prestaties. Bewaar voor behoud van de garantie kwitanties van al het uitgevoerde onderhoud aan emissiesystemen. Wanneer zowel de gereden afstand als de tijd wordt aangegeven, is de onderhoudsfrequentie afhankelijk van wat het eerste wordt bereikt. Nr.  ONDERWERP  OPMERKING  *1  Koelvloeistof (motor) Vul het koelsysteem alleen bij met gedestilleerd of gedemineraliseerd water en vul het koelsysteem niet bij met gewoon kraanwater. Een onjuist koelvloeistofmengsel kan storingen en schade aan de motor veroorzake  *2  Aandrijfriemen (motor)  Stel de aandrijfriem van de dynamo, de waterpomp en de airconditioning (indien van toepassing) af Controleren en indien nodig repareren of vervangen. Controleer de riemspanner, geleiderol en dynamopoelie en stel deze indien nodig bij of vervang ze.  *3  Vloeistof van transmissie met dubbele koppeling (DCT)  De vloeistof van de transmissie met dubbele koppeling (DCT) dient elke keer nadat ze in aanraking is gekomen met water te worden vervangen  *4  Motorolie en oliefilter  Controleer het motoroliepeil elke 500 km of voor een lange reis en controleer op lekkage.  *5  Motorolie en oliefilter (voor dieselmotor)  Als de aanbevolen olie niet beschikbaar is, ververs dan de motorolie, met vervanging van het filter, iedere 20.000 km of 12 maanden. Het motoroliepeil moet regelmatig gecontroleerd en op peil gehouden worden Door een te laag oliepeil kan motorschade ontstaan. Dergelijke schade valt niet onder de fabrieksgarantie. Dit onderhoudsschema is afhankelijk van de brandstofkwaliteit. Het is alleen van toepassing bij gebruik van geschikte brandstof <"EN590 of gelijkwaardig"> Als de specificaties van de dieselbrandstof niet voldoen aan de Europese EN normen, moet het filter volgens het onderhoudsschema voor zware omstandigheden worden vervangen.  *6  Brandstofadditieven (benzine)  Wij raden u aan loodvrije benzine te tanken met een octaangetal van RON (Research Octane Number) 95/AKI (Anti Klop Index) van 91 of hoger (Europa) of een octaangetal van RON (Research Octane Number) 91/AKI (Anti Klop Index) van 87 of hoger (behalve Europa) Klanten die niet de beschikking hebben over kwalitatief hoogwaardige brandstoffen met de juiste additieven worden geadviseerd elke 15 000 km (Europa)/ 10 000 km (behalve Europa) een fles additieven toe te voegen aan de brandstoftank als er problemen zijn met het starten of soepel draaien van de motor. Bij een professionele werkplaats zijn additieven verkrijgbaar met de daarbij behorende gebruiksinstructies. Kia raadt aan om een officiële Kia dealer/ servicepartner te bezoeken. Gebruik nooit meerdere additieven tegelijk.  *7  Brandstoffilterelement (diesel)  Dit onderhoudsschema is afhankelijk van de brandstofkwaliteit. Het is alleen van toepassing bij gebruik van geschikte brandstof <"EN590 of gelijkwaardig"> Als de specificaties van de dieselbrandstof niet voldoen aan de Europese EN normen, moet het filter vaker worden vervangen. Als er belangrijke storingen met betrekking tot de veiligheid optreden zoals beperkte brandstofdoorvoer, haperen van de motor, vermogensverlies, startproblemen, enz., vervang dan het brandstoffilter onmiddellijk ongeacht het onderhoudsschema Raadpleeg ook een professionele werkplaats voor meer informatie. Kia raadt aan om een officiële Kia dealer/servicepartner te raadplegen.  *8  Versnellingsbakolie  Versnellingsbakolie dient elke keer nadat het in aanraking is gekomen met water te worden vervangen  *9  Klepspeling  Controleer op vreemde bijgeluiden en/of motortrillingen en stel indien nodig af Laat het systeem in dat geval nakijken door een professionele werkplaats. Kia raadt aan om een officiële Kia dealer/servicepartner te bezoeken.  *10  Bougie  Kan ook eerder vervangen worden als u toch onderhoud uitvoert aan andere onderdelen.