Leeslampje

(2):
- Het leeslampje en de interieurverlichting gaan branden wanneer een
portier wordt geopend. De verlichting gaat na ongeveer 30 seconden
uit.
- Het leeslampje en de interieurverlichting blijven gedurende
ongeveer 30 seconden branden als de portieren worden ontgrendeld met
een afstandsbediening of Smart Key en zolang de portieren niet worden
geopend.
- Het leeslampje en de interieurverlichting blijven gedurende
ongeveer 20 minuten branden als een portier wordt geopend terwijl het
contact in stand ACC of LOCK/OFF staat.
- Het leeslampje en de interieurverlichting blijven echter
continu branden als een portier wordt geopend terwijl het contact in
stand ON staat.
- Het leeslampje en de interieurverlichting gaan direct uit als
het contact in stand ON wordt gezet of alle portieren worden
vergrendeld.
- Druk opnieuw op de toets DOOR (2) (maar houd hem niet ingedrukt)
om de DOOR modus uit te schakelen.
OPMERKING De DOOR modus en de ROOM modus kunnen niet tegelijkertijd worden geselecteerd.
Interieurverlichting vóór:
Type A
(3): Druk op deze schakelaar om de
interieurverlichting vóór en achter aan te zetten.
(4): Druk op deze schakelaar om de
interieurverlichting vóór en achter uit te zetten.
Type B
(3): Druk op deze schakelaar om de
interieurverlichting vóór en achter aan en uit te zetten.
LESEN SIE MEHR:
LET OP Laat de interieurverlichting niet te lang branden als de motor niet draait. Hierdoor kan de accu ontladen raken.
WAARSCHUWING Gebruik de interieurverlichting niet wanneer u in het donker rijdt. Doordat de interieurverlichting het zicht kan beperken, kunnen ongevallen ontstaan.
Onderstaand onderhoud moet worden uitgevoerd voor een goede emissieregeling
en goede prestaties. Bewaar voor behoud van de garantie kwitanties van al het
uitgevoerde onderhoud aan emissiesystemen. Wanneer zowel de gereden afstand als
de tijd wordt aangegeven, is de onderhoudsfrequentie afhankelijk van wat het
eerste wordt bereikt.
Nr.
ONDERWERP
OPMERKING
*1
Koelvloeistof (motor)
Vul het koelsysteem alleen bij met gedestilleerd of
gedemineraliseerd water en vul het koelsysteem niet bij met gewoon
kraanwater. Een onjuist koelvloeistofmengsel kan storingen en schade
aan de motor veroorzake
*2
Aandrijfriemen (motor)
Stel de aandrijfriem van de dynamo, de waterpomp en de
airconditioning (indien van toepassing) af Controleren en
indien nodig repareren of vervangen.
Controleer de riemspanner, geleiderol en dynamopoelie en
stel deze indien nodig bij of vervang ze.
*3
Vloeistof van transmissie met dubbele koppeling (DCT)
De vloeistof van de transmissie met dubbele koppeling (DCT) dient
elke keer nadat ze in aanraking is gekomen met water te worden
vervangen
*4
Motorolie en oliefilter
Controleer het motoroliepeil elke 500 km of voor een lange reis en
controleer op lekkage.
*5
Motorolie en oliefilter (voor dieselmotor)
Als de aanbevolen olie niet beschikbaar is, ververs dan de
motorolie, met vervanging van het filter, iedere 20.000 km of 12
maanden.
Het motoroliepeil moet regelmatig gecontroleerd en op peil
gehouden worden Door een te laag oliepeil kan motorschade
ontstaan. Dergelijke schade valt niet onder de fabrieksgarantie.
Dit onderhoudsschema is afhankelijk van de
brandstofkwaliteit. Het is alleen van toepassing bij gebruik van
geschikte brandstof <"EN590 of gelijkwaardig"> Als de
specificaties van de dieselbrandstof niet voldoen aan de Europese
EN normen, moet het filter volgens het onderhoudsschema voor
zware omstandigheden worden vervangen.
*6
Brandstofadditieven (benzine)
Wij raden u aan loodvrije benzine te tanken met een octaangetal van
RON (Research Octane Number) 95/AKI (Anti Klop Index) van 91 of hoger
(Europa) of een octaangetal van RON (Research Octane Number) 91/AKI
(Anti Klop Index) van 87 of hoger (behalve Europa) Klanten die
niet de beschikking hebben over kwalitatief hoogwaardige brandstoffen
met de juiste additieven worden geadviseerd elke 15 000 km (Europa)/
10 000 km (behalve Europa) een fles additieven toe te voegen aan de
brandstoftank als er problemen zijn met het starten of soepel draaien
van de motor. Bij een professionele werkplaats zijn additieven
verkrijgbaar met de daarbij behorende gebruiksinstructies. Kia raadt
aan om een officiële Kia dealer/ servicepartner te bezoeken. Gebruik
nooit meerdere additieven tegelijk.
*7
Brandstoffilterelement (diesel)
Dit onderhoudsschema is afhankelijk van de brandstofkwaliteit. Het
is alleen van toepassing bij gebruik van geschikte brandstof <"EN590
of gelijkwaardig"> Als de specificaties van de dieselbrandstof niet
voldoen aan de Europese EN normen, moet het filter vaker worden
vervangen. Als er belangrijke storingen met betrekking tot de
veiligheid optreden zoals beperkte brandstofdoorvoer, haperen van de
motor, vermogensverlies, startproblemen, enz., vervang dan het
brandstoffilter onmiddellijk ongeacht het onderhoudsschema Raadpleeg
ook een professionele werkplaats voor meer informatie. Kia raadt aan
om een officiële Kia dealer/servicepartner te raadplegen.
*8
Versnellingsbakolie
Versnellingsbakolie dient elke keer nadat het in aanraking is
gekomen met water te worden vervangen
*9
Klepspeling
Controleer op vreemde bijgeluiden en/of motortrillingen en stel
indien nodig af Laat het systeem in dat geval nakijken door een
professionele werkplaats. Kia raadt aan om een officiële
Kia dealer/servicepartner te bezoeken.
*10
Bougie
Kan ook eerder vervangen worden als u toch onderhoud uitvoert aan
andere onderdelen.