Meldingen op het multi-informatiedisplay

- Controlelampje LDA.
Aan de hand van de verlichtingsstatus
van de indicator wordt de
bestuurder geïnformeerd over de
bedrijfsstatus van het systeem.
Brandt wit:
LDA-systeem is in werking.
Brandt groen:
Stuurassistentie van de stuurregelingsfunctie
is in werking.
Knippert oranje:
Lane Departure Alert-functie is in werking.
- Display werking van ondersteuning
stuurwielbediening.
Geeft aan de stuurassistentie van de stuurregelingsfunctie in werking
is.
- Display werking Lane Departure Alert-functie.
Wordt weergegeven wanneer het multi-informatiedisplay wordt
overgeschakeld
op het informatiescherm voor ondersteunende systemen.
Binnenzijde van de weergegeven
witte lijnen is wit

Dit geeft aan dat het systeem witte
(gele) lijnen herkent. Als de auto de rijstrook
verlaat, knippert de witte lijn die
wordt weergegeven aan de zijde waar
de auto de strook verlaat oranje.
Binnenzijde van de weergegeven
witte lijnen is zwart

Dit geeft aan dat het systeem witte
(gele) lijnen niet kan herkennen of tijdelijk
is uitgeschakeld.
■ Voorwaarden voor werking van de functies
●Werking Lane Departure Alert
Deze functie werkt wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt
voldaan.
- De LDA is ingeschakeld.
- De rijsnelheid is ongeveer 50 km/h of hoger.
- Het systeem herkent witte (gele) lijnen.
- De breedte van de rijstrook is ten minste ongeveer 3 m.
- De richtingaanwijzerschakelaar wordt niet bediend.
- Er wordt gereden op een rechte weg of in een flauwe bocht met een
straal van meer
dan ongeveer 150 m.
- Er worden geen systeemstoringen gesignaleerd.
● Stuurregelingsfunctie
Deze functie werkt wanneer niet alleen aan alle werkingsvoorwaarden voor
de Lane
Departure Alert-functie wordt voldaan, maar ook aan alle onderstaande
voorwaarden.
- De instelling voor stuurassistentie in
van het multi-informatiedisplay is
aan.
- Er wordt niet in een vastgestelde mate of sneller geaccelereerd of
gedecelereerd.
- Het stuurwiel wordt niet bediend met een stuurkracht die geschikt is
voor het veranderen
van rijstrook.
- Het ABS, de VSC, de TRC en het PCS werken niet.
- De TRC of VSC is niet uitgeschakeld.
- Behalve voor Israël: De waarschuwing handen van het stuurwiel wordt
niet weergegeven.
●Waarschuwing voor slingeren
Deze functie werkt wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt
voldaan.
- De instelling voor de waarschuwing voor slingeren in
van het multi-informatiedisplay
is aan.
- De rijsnelheid is ongeveer 50 km/h of hoger.
- De breedte van de rijstrook is ten minste ongeveer 3 m.
- Er worden geen systeemstoringen gesignaleerd.
■ Tijdelijk uitschakelen van functies
Als niet langer aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan, wordt een functie
mogelijk
tijdelijk uitgeschakeld. Als echter weer aan de werkingsvoorwaarden wordt
voldaan,
wordt de werking van de functie automatisch hervat.
■ Stuurregelingsfunctie
Afhankelijk van de rijsnelheid, de situatie rondom het verlaten van de
rijstrook, de
wegomstandigheden, enz. merkt de bestuurder mogelijk niet dat de functie in
werking is
of werkt de functie mogelijk helemaal niet.
■Werking Lane Departure Alert
De waarschuwingszoemer is mogelijk slecht te horen door geluiden van buiten,
afspelen
van muziek, enz. Ook zijn trillingen van het stuurwiel mogelijk niet goed
voelbaar door
de wegomstandigheden, enz.
■Waarschuwing handen van het stuurwiel
Behalve voor Israël: Als het systeem oordeelt dat de bestuurder zijn handen van
het
stuurwiel heeft genomen terwijl de stuurregelingsfunctie in werking is, wordt
een waarschuwingsmelding
weergegeven op het multi-informatiedisplay.
Als de bestuurder zijn handen van het stuurwiel blijft houden, klinkt de zoemer,
wordt
een waarschuwingsmelding weergegeven en wordt de functie tijdelijk
uitgeschakeld.
Deze waarschuwing werkt op dezelfde wijze als met de auto wordt gereden terwijl
het
stuur licht wordt vastgehouden. Afhankelijk van de wegomstandigheden, enz. wordt
de
functie echter mogelijk niet uitgeschakeld.
Voor Israël: Als het systeem oordeelt dat de bestuurder zijn handen van het
stuurwiel
heeft genomen terwijl de stuurregelingsfunctie in werking is, wordt een
waarschuwingsmelding
weergegeven op het multi-informatiedisplay en klinkt de zoemer.
■ Er bevinden zich maar aan één kant van de weg witte (gele) lijnen
Het LDA-systeem zal niet werken voor de zijde waar geen witte (gele) lijnen
konden
worden herkend.
■ Omstandigheden waaronder de functies mogelijk niet goed werken
In de volgende situaties signaleert de camerasensor witte (gele) lijnen
mogelijk niet en
werken verschillende functies mogelijk niet normaal.
- Er zijn schaduwen op de weg die parallel lopen aan de witte (gele)
lijnen of deze
bedekken.
- Er wordt met de auto gereden in een gebied zonder witte (gele)
lijnen, zoals voor een
tolboom of kaartautomaat of op een kruising.
- De witte (gele) lijnen zijn onderbroken of er zijn verhoogde
rijstrookmarkeringen of
stenen aanwezig.
- De witte (gele) lijnen zijn niet of moeilijk te zien door zand, enz.
- Er wordt met de auto gereden op een wegdek dat nat is door regen,
plassen, enz.
- De verkeerslijnen zijn geel (waardoor ze mogelijk moeilijker te
herkennen zijn dan
witte lijnen).
- De witte (gele) lijnen lopen over een stoeprand, enz.
- Er wordt met de auto gereden op een helder oppervlak, zoals beton.
- Er wordt met de auto gereden op een oppervlak dat helder is als
gevolg van gereflecteerd
licht, enz.
- Er wordt met de auto gereden in een gebied waar de helderheid
plotseling verandert,
zoals bij in- en uitgangen van tunnels.
- Licht van de koplampen van een tegenligger, de zon, enz. dringt de
camera binnen.
- Er wordt met de auto gereden op een plaats waar de weg zich splitst,
wegen samenkomen,
enz.
- Er wordt gereden op een helling.
- Er wordt gereden op een weg die naar links of rechts helt of op een
bochtige weg.
- Er wordt gereden op een onverharde of ongelijkmatige weg.
- Er wordt gereden in een scherpe bocht.
- De rijstrook is zeer smal of breed.
- De auto helt sterk over door het vervoeren van zware bagage of door
een onjuiste bandenspanning.
- De afstand tot de voorligger is extreem kort.
- De auto beweegt vaak op en neer ten gevolge van de wegomstandigheden
tijdens het
rijden (slechte wegen of naden in het wegdek).
- De koplampglazen zijn vuil en laten 's nachts weinig licht door, of
de lichtbundel wijkt af.
- De auto heeft last van zijwind.
- De auto is net van rijstrook gewisseld of een kruising overgestoken.
- Er zijn winterbanden, enz. gemonteerd.
■Waarschuwingsmelding
Waarschuwingsmeldingen worden gebruikt om een storing in het systeem aan te
geven
of om de bestuurder tijdens het rijden te waarschuwen.
■ Persoonlijke voorkeursinstellingen
LESEN SIE MEHR:
Druk op de toets LDA om het LDA-systeem
in te schakelen.
Het controlelampje LDA gaat branden
en er wordt een melding weergegeven
op het multi-informatiedisplay.
Druk nogmaals op de toets LDA om het
LDA-systeem uit te schakelen.
Batterij ref.: CR2032 / 3 V.
Deze batterij is via het CITROËN-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats verkrijgbaar.
Als de batterij vervangen moet worden, wordt u
gewaarschuwd door een melding op het display
van het instrumentenpaneel.
Wip het deksel met een kleine
schroevendraaier bij de uitsparing los.
Verwijder het deksel.
Verwijder de lege batterij.
Plaats een nieuwe batterij in de juiste
richting in de houder.
Druk het deksel vast.
Gooi de lege batterijen van de
afstandsbediening niet weg: ze bevatten
metalen die schadelijk zijn voor het milieu.