Bedieningsinstructies
De hendel keert direct na bediening terug in zijn oorspronkelijke positie.
De richtingaanwijzers aan de rechterzijde zullen drie keer knipperen.
De richtingaanwijzers aan de linkerzijde zullen drie keer knipperen.
■ Als de richtingaanwijzers niet stoppen met knipperen nadat u links of rechts bent afgeslagen of als u ze wilt uitschakelen Beweeg de hendel in de tegenovergestelde richting van 2 of 3.
Als u de hendel naar 1 of 4 beweegt, gaan de geselecteerde richtingaanwijzers knipperen.
■ De richtingaanwijzers kunnen bediend worden als Het contact AAN staat.
■ Als het controlelampje sneller knippert dan normaal Controleer of er een lamp van de richtingaanwijzer voor of achter is doorgebrand.
■ Als de richtingaanwijzers stoppen met knipperen voordat van rijstrook is veranderd Bedien de hendel nogmaals.
■ Persoonlijke voorkeursinstellingen Het aantal keren dat de richtingaanwijzers tijdens het veranderen van rijstrook knipperen kan worden aangepast.