Storing
In het geval van een storing in
de
snelheidsbegrenzer wordt de ingestelde snelheid
gewist en knipperen de streepjes op het display.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk
of door een gekwalificeerde werkplaats.
Bij een steile afdaling of bij het krachtig
intrappen van het gaspedaal kan de
snelheidsbegrenzer niet voorkomen
dat de ingestelde snelheid wordt
overschreden.
Bij gebruik van niet door PEUGEOT
goedgekeurde matten kan de bediening
van het gaspedaal worden gehinderd
en daarmee de werking van de
snelheidsbegrenzer worden beïnvloed.
De door PEUGEOT goedgekeurde
matten zijn voorzien van een derde
bevestigingspunt bij de pedalen,
waarmee wordt voorkomen dat de mat
en de pedalen met elkaar in contact
kunnen komen.
LESEN SIE MEHR:
Druk op 1: de snelheidsbegrenzer
is geselecteerd, maar nog niet
ingeschakeld (Pause).
Met behulp van de snelheidsregelaar kan de
bestuurder met een constante ingestelde snelheid
rijden zonder gas te hoeven geven.
Het inschakelen van de snelheidsregelaar
geschiedt handmatig. Om de snelheidsregelaar te
kunnen inschakelen, moet de ingestelde snelheid
minimaal 40 km/h bedragen en moet aan een van
de onderstaande voorwaarden worden voldaan:
bij auto's met handgeschakelde
versnellingsbak moet minimaal de
4e versnelling zijn ingeschakeld,
bij auto's met automatische transmissie moet
minimaal de 2e versnelling zijn ingeschakeld,
de stand D van de automatische transmissie
moet zijn geselecteerd.
Stel de head-up display bij draaiende
motor op de gewenste hoogte af met de
knop 2:
naar achteren om de head-up display
hoger af te stellen,
naar voren om de head-up display lager
af te stellen.
Regelen van de lichtsterkte
Stel bij draaiende motor de lichtsterkte van
de head-up display in met de knop 3:
naar achteren om de lichtsterkte te
verhogen,
naar voren om de lichtsterkte te
verlagen.
Het is raadzaam de knoppen uitsluitend
bij stilstaande auto te bedienen.