Transport van de auto

Als uw auto gesleept moet worden, neemt u contact op met een
professionele sleepdienst of, als u lid bent van een programma voor
pechassistentie, neemt u contact op met uw leverancier voor
pechassistentie.
We raden aan dat u een lepel en dolly of een oprijwagen gebruikt om
uw auto te slepen. Gebruik geen hijsstrop om te slepen. Ford Motor
Company heeft geen procedure goedgekeurd voor het slepen met een
hijsstrop. Als de auto onjuist of met andere middelen wordt
gesleept, kan de auto beschadigd raken.
Ford Motor Company produceert een sleephandleiding voor alle erkende
bestuurders van sleepauto's. Laat de bestuurder van uw sleepauto
deze handleiding raadplegen voor de juiste procedures om uw auto
vast te koppelen of te slepen.
Het is toegestaan om uw auto met voorwielaandrijving vanaf de
voorzijde te laten slepen als een lepel wordt gebruikt om de
voorwielen omhoog te zetten. Als de auto op deze manier wordt
gesleept, kunnen de achterwielen op de grond blijven.
Bij auto's met voorwielaandrijving moeten de voorwielen op een dolly
worden geplaatst als uw auto van achteren met een lepel wordt
gesleept. Dit voorkomt schade aan de transmissie.
Als u een voertuig met aandrijving op alle wielen of met
vierwielaandrijving sleept, moeten alle wielen van de grond. Gebruik
daarom een hefuitrusting voor de wielen en verrijdbare onderstellen
of een uitrusting met een laadbed. Hiermee voorkomt u schade aan de
transmissie, het systeem voor aandrijving op alle wielen of
vierwielaandrijving en de auto.
LESEN SIE MEHR:
Wegens lokale vereisten in bepaalde landen, kunnen sommige auto's zijn
uitgerust met een recuperatiehaak.Locatie recuperatiehaak
Als uw auto is uitgerust met een recuperatiehaak die kan worden
ingeschroefd, bevindt de haak zich bij het reservewiel of onder de
opbergruimte in de vloer achteraan.
Voorwaarden voor gebruik
Dit systeem wordt ingeschakeld wanneer de toets van de parkeerhulp
wordt ingedrukt terwijl het contact in stand ON staat.
Wanneer u de achteruitversnelling (R) inschakelt, gaat het
controlelampje in de toets van de parkeerhulp automatisch branden en
wordt de parkeerhulp geactiveerd. Het wordt automatisch uitgeschakeld
wanneer u meer dan 30 km/h rijdt. (indien uitgerust met SPAS)
Het bereik van de parkeersensoren bedraagt ongeveer 120 cm bij een
snelheid van maximaal 10 km/h.
Het bereik van de parkeersensoren bij het vooruitrijden
bedraagt ongeveer 100 cm bij een snelheid van maximaal 10 km/h.
Als er zich meerdere voorwerpen achter de auto bevinden, zal
het dichtstbijzijnde als eerste worden geregistreerd.
De sensoren opzij worden geactiveerd wanneer u de
achteruitversnelling (R) inschakelt.
Als de rijsnelheid hoger is dan 20 km/h, wordt het systeem
automatisch uitgeschakeld. Druk op de toets om het systeem weer in te
schakelen.