Instructieboekje, auto handleidingen

Werking

WAARSCHUWING

Om letsel te voorkomen, moet u altijd voorzichtig zijn in de achteruit (R) en als u het sensorsysteem gebruikt.

Het systeem detecteert mogelijk geen voorwerpen met oppervlakken die reflectie absorberen. Wees altijd voorzichtig en oplettend tijdens het rijden. Als u niet goed oplet, kunt u een botsing krijgen.

Verkeersgeleidingssystemen, slecht weer, luchtremmen, uitwendige motoren of ventilators kunnen de goede werking van het sensorsysteem beïnvloeden. Dit kan leiden tot verminderde prestaties of vals alarm.

Het is mogelijk dat het systeem kleine of bewegende voorwerpen, vooral laag bij de grond, niet detecteert.

N.B.:  Als uw auto MyKey heeft, kan het sensorsysteem niet worden uitgeschakeld wanneer een MyKey aanwezig is.

N.B.:  Houd de sensoren in de bumper vrij van sneeuw, ijs en zware vuilophopingen. Indien de sensoren afgedekt zijn, kan de nauwkeurigheid van het systeem nadelig worden beïnvloed. Reinig de sensoren niet met scherpe voorwerpen.

N.B.:  Als uw auto schade aan de bumper heeft, waardoor deze scheef of krom is, kan de detectiezone veranderd zijn, waardoor het systeem onnauwkeurig meet en valse waarschuwingen geeft.

N.B.:  Bepaalde accessoires op de bumper of aan de voorzijde kunnen valse waarschuwingen genereren. Bijvoorbeeld grote trekhaken, fiets- of surfplankdragers, kentekenplaatsteunen, bumperpanelen of andere zaken die de normale detectiezone van het systeem blokkeren. Verwijder het accessoire om valse waarschuwingen te voorkomen.

N.B.:  Wanneer u een aanhanger aansluit op uw auto, kan de parkeerhulp achter de aanhanger detecteren en dus een waarschuwing geven. Schakel de parkeerhulp achter uit wanneer u een aanhanger aansluit om de waarschuwing te voorkomen.

Het sensorsysteem waarschuwt de bestuurder voor obstakels binnen een bepaalde afstand tot uw auto. Het systeem wordt automatisch ingeschakeld wanneer u het contact aanzet.

U kunt het systeem uitschakelen via het informatiedisplay of via het pop-upbericht dat verschijnt wanneer u de transmissie in de achteruit (R) zet. Indien uw auto een parkeerhulpknop heeft, kunt u het systeem uitschakelen door op de knop te drukken.

Als het systeem een storing heeft, verschijnt er een waarschuwingsbericht op het informatiedisplay.

    LESEN SIE MEHR:

     Ford Mondeo Vijfde generatie (Mk5) - Instructieboekje (2013-2022) > Parkeerhulp

     Ford Mondeo Vijfde generatie (Mk5) - Instructieboekje (2013-2022) > Parkeerhulp achter

    De achtersensoren werken alleen als de transmissie in de achteruit (R) staat. Met het dichter naderen van het obstakel, neemt het tempo van de akoestische waarschuwingssignalen toe. Als het obstakel minder dan 30 cm ver is, klinkt het geluidssignaal continu. Als het systeem verder dan 30 cm vanaf de hoeken van de bumper een voorwerp herkent dat stilstaat of van de auto af beweegt, klinkt het geluid maar 3 seconden. Zodra het systeem een naderend voorwerp ontdekt, klinkt de waarschuwing opnieuw. Het sensorbereik beslaat tot 1,8 m vanaf de achterbumper. Er is mogelijk een kleiner detectiegebied rond de bumperhoeken.

     KIA Optima (JF) - Instructieboekje (2015-2020) > Met uw auto rijden

    WAARSCHUWING UITLAATGASSEN KUNNEN GEVAARLIJK ZIJN! Uitlaatgassen kunnen bijzonder gevaarlijk zijn. Draai onmiddellijk de ruiten open als u op enig moment uitlaatgassen in de auto ruikt. Inhaleer uitlaatgassen niet. Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, een kleurloos en reukloos gas dat bewusteloosheid en dood door verstikking kan veroorzaken. Controleer of het uitlaatsysteem niet lekt. Het uitlaatsysteem moet elke keer dat de auto op de brug staat voor olie verversen of voor andere reparaties worden gecontroleerd. Laat als het probleem niet opgelost is, het systeem nakijken door een professionele werkplaats. Kia raadt aan om een officiële Kia dealer/servicepartner te bezoeken. Laat de motor niet draaien in een afgesloten ruimte. Het is gevaarlijk de motor van uw auto in de garage te laten draaien, ook al staat de garagedeur open. Laat de motor niet langer in uw garage draaien dan de tijd die u na het starten nodig heeft om de garage uit te rijden. Voorkom langdurig stationair draaien als er mensen in het voertuig zitten. Als het noodzakelijk is de auto gedurende langere tijd stationair te laten draaien terwijl er mensen in de auto aanwezig zijn, doe dat dan alleen in een open ruimte, zet de luchttoevoer op "buitenlucht" en schakel een van de hogere ventilatorsnelheden in zodat er frisse lucht naar binnen wordt gevoerd.