Gebruik de slimme parkeerhulp in de volgende gevallen niet.
WAARSCHUWING Gebruik onder de volgende omstandigheden de slimme parkeerhulp niet, omdat dit onbedoelde gevolgen kan hebben en tot ernstige ongevallen kan leiden.
1. Parkeren op een helling U dient bij parkeren op een helling zowel het gaspedaal als het rempedaal in te trappen. Anders kan zich een ongeval voordoen.
2. Parkeren in de sneeuw Sneeuw kan de werking van de sensor belemmeren of het systeem wordt mogelijk uitgeschakeld als de weg tijdens het parkeren glad is. Ook kan zich anders een ongeval voordoen.
3. Parkeren in een smalle ruimte Mogelijk zoekt het systeem niet naar parkeerplaatsen als de ruimte te smal is. Zelfs als het systeem in werking is, dient u altijd voorzichtig te zijn.
4. Schuin inparkeren Het systeem dient als hulpmiddel bij fileparkeren of achteruit inparkeren. Schuin inparkeren wordt niet ondersteund. Bedien zelfs als een auto de ruimte kan inrijden de slimme parkeerhulp niet. Het systeem zal proberen te fileparkeren of achteruit in te parkeren.
5. Parkeren op een oneffen weg Bij parkeren op een oneffen weg dient u de pedalen (koppeling, gaspedaal of rempedaal) op de juiste manier te bedienen. Anders wordt het systeem mogelijk uitgeschakeld wanneer de auto slipt of kan zich een ongeval voordoen.
6. Parkeren achter een vrachtwagen Bij parkeren achter een voertuig dat hoger is dan uw auto kan zich een ongeval voordoen. Bijvoorbeeld bij een bus, vrachtwagen, etc. Vertrouw niet blindelings op de slimme parkeerhulp.
7. Obstakels op de parkeerplaats Obstakels zoals een pilaar kunnen het systeem hinderen als het op zoek is naar een parkeerplaats. Het systeem vindt mogelijk geen parkeerplaats terwijl deze wel beschikbaar is.
8. Verlaten van een parkeerplaats naast een muur Als u een smalle parkeerplaats in de buurt van een muur verlaat, functioneert het systeem mogelijk niet goed. De bestuurder moet oppassen voor obstakels als hij een parkeerplaats verlaat die vergelijkbaar is met bovenstaande afbeelding.