Start-Stop gebruiken (handmatige transmissie)
Motor uitschakelen
- Stop de auto.
- Zet de transmissie in neutraal.
- Laat het koppelingspedaal en gaspedaal los.
Motor opnieuw startenTrap het koppelingspedaal in.
N.B.: Om maximaal voordeel
uit het systeem te halen, moet de transmissie in neutraal worden gezet
en het koppelingspedaal bij een stop van langer dan drie seconden worden
losgelaten.N.B.:
Het start-stopsysteem
omvat recuperatie na stilstand. Als u het koppelingspedaal volledig
intrapt nadat de motor is afgeslagen, wordt de motor automatisch opnieuw
gestart.
LESEN SIE MEHR:
Het systeem verlaagt het brandstofverbruik en de CO2-emissies door de
motor uit te schakelen wanneer de auto stationair draait, bijvoorbeeld
bij verkeerslichten.WAARSCHUWING
Zet het contact altijd uit voordat u de auto verlaat. Als u dat niet
doet, kan dat leiden tot ernstige of dodelijke verwondingen als de motor
automatisch opnieuw start.
Motor uitschakelen
Stop uw auto in de vooruit (D).
Laat het gaspedaal los.
Houd het rempedaal ingedrukt.
N.B.: De motor wordt ook
uitgeschakeld als de versnellingshendel in neutraal (N) en in de
parkeerstand (P) staat - met of zonder uw voet op de rem.
WAARSCHUWING
Voor een optimale bescherming moeten de veiligheidsgordels tijdens het rijden altijd worden gedragen.
De veiligheidsgordels zijn het meest effectief als de rugleuningen rechtop staan.
Kinderen tot en met 12 jaar moeten altijd plaatsnemen op de achterstoel en de gordel op de juiste manier dragen. Laat kinderen nooit op de voorpassagiersstoel meerijden. Als een kind van 12 jaar of ouder op de voorpassagiersstoel vervoerd moet worden, moet hij of zij de veiligheidsgordel op de juiste manier dragen en moet de stoel zo ver mogelijk naar achteren worden gezet.
Draag nooit de schoudergordel onder de arm door of achter uw rug. Het niet op de juiste manier gebruiken van de schoudergordel kan bij een aanrijding resulteren in ernstig letsel. De schoudergordel moet over het midden van uw schouder worden gedragen, over uw sleutelbeen.
Zet breekbare voorwerpen nooit vast met een veiligheidsgordel. Bij krachtig remmen of een aanrijding kunnen ze beschadigd raken door de veiligheidsgordel.
Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels niet gedraaid zitten. Als de gordel gedraaid zit, is hij minder effectief. Bij een aanrijding kan een gedraaide veiligheidsgordel zelfs snijwonden veroorzaken. Zorg er daarom voor dat de gordel niet gedraaid zit.
Let erop dat het materiaal van de gordel niet beschadigd raakt. Laat een beschadigde veiligheidsgordel vervangen.