Motor starten
WAARSCHUWING
- Draag tijdens het rijden altijd
geschikte schoenen.
Ongeschikte schoenen
(hoge hakken, skischoenen, enz.) kunnen het bedienen van het rempedaal, het gaspedaal en het koppelingspedaal (indien van toepassing) bemoeilijken.
- Houd het gaspedaal niet ingedrukt wanneer u de auto start. De auto kan in beweging komen en een ongeluk veroorzaken.
- Wacht tot het toerental van de motor normaal is. Als het toerental te hoog is, kan het voertuig plotseling bewegen als het rempedaal wordt losgelaten.
OPMERKING Kick down mechanisme Gebruik de kickdown voor maximale acceleratie. Trap het gaspedaal in tot voorbij het
drukpunt. De automatische transmissie schakelt terug afhankelijk van de
motorsnelheid.
Benzinemotor starten
- Controleer of de parkeerrem is geactiveerd.
- Handgeschakelde transmissie Trap het koppelingspedaal
volledig in en zet de versnellingspook in de vrijstand. Houd het
koppelingspedaal en rempedaal ingetrapt en draai de contactsleutel
naar de stand START Automatische transmissie Zet de
selectiehendel in stand P (parkeren) Trap het rempedaal volledig in
De motor kan ook gestart worden met de selectiehendel in stand N.
- Draai de contactsleutel in stand START en houd de sleutel in
deze stand totdat de motor aanslaat (maximaal 10 seconden). Laat de
sleutel vervolgens los De motor moet gestart worden zonder het
gaspedaal in te trappen.
- Breng de motor niet op bedrijfstemperatuur door hem stationair
te laten draaien Rijd aanvankelijk met gemiddelde toerentallen
(vermijd krachtig optrekken of afremmen.)
LET OP Probeer niet de selectiehendel in stand P te zetten wanneer de motor tijdens het rijden afslaat. Als het veilig is met het oog op het overige verkeer, kunt u de selectiehendel tijdens het rijden in stand N zetten en kunt u de motor opnieuw proberen te starten door het contact in stand START te draaien.
LET OP
- Laat de startmotor niet langer dan 10 seconden achter elkaar draaien. Wacht als de motor afslaat of niet aanslaat 5 tot 10 seconden alvorens de startmotor opnieuw in te schakelen. Als de startmotor niet op de juiste manier bediend wordt, kan hij beschadigd raken.
- Draai de contactsleutel niet in stand START wanneer de motor loopt. Hierdoor kan de startmotor beschadigd raken.
Dieselmotor starten
Om de dieselmotor te starten bij koude motor, moet deze voorgegloeid
worden voordat de motor wordt gestart en vervolgens opgewarmd worden
voordat u gaat rijden 1. Controleer of de parkeerrem is geactiveerd.
2. Handgeschakelde transmissie Trap het koppelingspedaal volledig in en
zet de versnellingspook in neutraal. Houd het koppelingspedaal en
rempedaal ingetrapt en draai de contactsleutel naar de stand START
Automatische transmissie Zet de selectiehendel in stand P (parkeren)
Trap het rempedaal volledig in De motor kan ook gestart worden met de
selectiehendel in stand N (neutraal).

3. Draai de contactsleutel in stand ON om de motor voor te gloeien Het
controlelampje voorgloeien gaat nu branden. 4. Als het controlelampje
voorgloeien uitgaat, draai dan de contactsleutel in stand START en houd de
sleutel in deze stand totdat de motor aanslaat (maximaal 10 seconden).
Laat de sleutel vervolgens los.
OPMERKING Als de motor niet binnen 10 seconden wordt gestart nadat het voorgloeien is voltooid, zet het contact dan gedurende 10 seconden terug in stand LOCK en vervolgens weer in stand ON om nogmaals voor te gloeien.
Een motor met turbo/intercooler starten en uitzetten
1. Voer het toerental van de motor niet te hoog op en accelereer niet
direct na het starten van de motor Laat een koude motor enkele seconden
stationair draaien om ervoor te zorgen dat de turbocompressor voldoende
smering krijgt. 2. Laat na het rijden met hoge snelheid of een lange rit
met een zware motorbelasting de motor voor het afzetten ongeveer 1 minuut
stationair draaien Door de motor stationair te laten draaien zal de
turbo afkoelen voordat de motor wordt afgezet.
LET OP Zet de motor nooit direct af nadat hij zwaar belast is geweest. Dit kan ernstige schade veroorzaken aan de motor of de turbocompressor.
De benzinemotor/dieselmotor uitschakelen (handmatige
transmissie)
- Zorg dat het voertuig volledig tot stilstand is gekomen en
houdt het koppelingspedaal en rempedaal ingedrukt.
- Zet de versnellingspook in de vrijstand terwijl u het
koppelingspedaal en rempedaal ingedrukt houdt.
- Activeer bij ingetrapt rempedaal de parkeerrem.
- Zet het contact in de stand LOCK en verwijder de sleutel.
LESEN SIE MEHR:
LOCK (op het stuurslot)
Het stuurslot beschermt tegen diefstal De contactsleutel kan alleen uit
het contact worden verwijderd als het contact in stand LOCK staat Om
de contactsleutel vanuit stand ACC in stand LOCK te zetten, moet deze naar
binnen gedrukt worden.
WAARSCHUWINGLaat de accu uitsluitend door een erkende monteur voor elektrische
auto's onderhouden. Ondeskundigheid kan letsel of de dood tot gevolg
hebben.
N.B.: De hoogspanningsaccu
is onderhoudsvrij.Uw voertuig bestaat uit diverse hoogspanningscomponenten en -bekabeling.
Alle hoogspanning stroomt door specifieke bedradingssystemen die zijn
voorzien van een bijbehorend label of die zijn omhuld met een geheel
oranje isolatie, oranje gestreepte tape of beide. Raak deze componenten
niet aan.
Het hoogspanningsaccusysteem is een systeem met een
hoogspanningslithium-ionaccu. De accu bevindt zich in de achterste
laadruimte. Het hoogspanningsaccusysteem gebruikt een luchtkoelsysteem
om de temperatuur van de hoogspanningsaccu te regelen, zodat deze zo
lang mogelijk meegaat.
N.B.: De hoogspanningsaccu
is uitgerust met luchtroosters in de accubak, die helpen om de
temperatuur te regelen. Het is belangrijk dat deze openingen niet
geblokkeerd worden. Blokkeer de luchtstroom van interieurlucht naar dit
gebied niet.